Rembrandt: een Hollandse Vernieuwer
Rembrandt van Rijn was de beroemdste schilder van de Gouden Eeuw en wordt nog steeds beschouwd als de grootste kunstenaar uit de Nederlandse geschiedenis.

Hollandse meester

Rembrandt van Rijn werd in 1606 in Leiden geboren. Als tiener wist hij al dat hij liever schilder wilde worden dan te gaan studeren. In Leiden zou hij in de leer gaan bij de schilder Jacob van Swanenburgh. Op negentienjarige leeftijd verhuisde Rembrandt naar Amsterdam waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. In tegenstelling tot schilders als Vincent van Gogh wist Rembrandt als vroeg in zijn carrière schilderijen te verkopen. Ook zou hij leerlingen in dienst nemen en samen met Jan Lievens een werkplaats delen. Het werk van Rembrandt viel in de smaak bij Amsterdamse notabelen waaronder Nicolaes Tulp, een bekende arts en latere burgermeester van de stad. Rembrandt portretteerde een groot aantal rijke bewoners van Amsterdam wat hem in een welgestelde kunstenaar veranderde.

Succes en tegenslagen

Het Rembrandthuis aan de Amsterdamse Jodenbreestraat was lange tijd de woning van Rembrandt en zijn familie. Hier had hij zijn studio en een etage hoger schilderden zijn leerlingen. Rembrandt verkocht vanuit een speciale kamer zijn schilderijen. De schilder was zelf een verzamelaar van kunst en exotische voorwerpen. Vooral na de dood van zijn vrouw leefde hij boven zijn stand en groeide de schulden hem boven het hoofd. Uiteindelijk moest hij het Rembrandthuis en zijn verzameling veilen. Rembrandt bleef tot zijn dood in 1669 schilderen, naast Bijbelse taferelen (Terugkeer van de Verloren Zoon) maakte hij een aantal beroemde zelfportretten.

Van Gogh en Rembrandt

Rembrandt is waarschijnlijk een van de weinige schilders die Van Gogh nog wat betreft bekendheid kan evenaren. Vincent van Gogh was zelf een groot liefhebber van zijn voorloper uit de Gouden Eeuw. In een brief aan zijn broer Theo zou hij schrijven: “Rembrandt gaat zoo diep in ’t mysterieuse dat hij dingen zegt waarvoor in geen taal woorden bestaan”. Van Gogh kende een aantal schilderijen van Rembrandt die hij in het oude gebouw van het Rijksmuseum had kunnen bestuderen. Van Goghs favoriete schilderij was De Joodse Bruid, door Rembrandt in zijn laatste periode geschilderd. Technisch was Rembrandt waarschijnlijk van grote invloed op Van Gogh. Rembrandt gebruikte namelijk voor zijn tijd een grove schildertechniek. Hij raadde kijkers dan ook aan om zijn schilderijen alleen maar op een afstand te bekijken. Van Gogh werkte die techniek verder uit met nog grovere penseelstreken. In zijn laatste levensjaar zou Van Gogh de oude meester eren met De Opwekking van Lazarus (naar Rembrandt).