Vincent van Gogh en Paul Gauguin waren tijdgenoten en onderdeel van het postimpressionisme, ze woonden tijdens een korte en hevige periode samen in Arles.

Postimpressionisme

In het levensverhaal van Vincent van Gogh speelt de kortstondige vriendschap met Paul Gauguin een belangrijke rol. De Fransman was lange tijd een amateurschilder omdat hij als beurshandelaar veel succes kende. Toen in 1882 de beurs instortte raakt Gauguin zijn baan kwijt en besloot uiteindelijk om professioneel schilder te worden. Een groot deel van zijn werk is net als dat Van Gogh postimpressionistisch en kenmerkt zich door ongebruikelijke kleuren. Van Gogh en Gauguin zouden elkaar voor het eerst in Parijs ontmoeten waar ze onderdeel uitmaakten van een groep avontuurlijke schilders.

Logeren in Arles

In februari 1888 vertrok Van Gogh vooral vanwege gezondheidsredenen uit Parijs. Hij vestigde zich in het zonnige Zuid-Franse plaatsje Arles. Van Gogh huurde een aantal kamers in een huis dat hij zou vereeuwigen op het schilderij Het gele huis (oorspronkelijke titel La Rue.) Op 23 oktober 1888 arriveert Gauguin in Arles. Van Gogh had uitgekeken naar dit bezoek en hoopte dat ze een kunstenaarscollectief konden opzetten. Ze begonnen de volgende maand samen te schilderen, met goed resultaat. Gauguin maakte een portret van Van Gogh dat de titel De schilder van zonnebloemen kreeg (tegenwoordig in het bezit van het Van Gogh Museum.) Tegen zijn gewoonte in schilderde Van Gogh op aanwijzingen van Gauguin een aantal schilderijen uit zijn hoofd. Wanneer ze daarna voor het eerst gaan wandelen, schilderen ze allebei een versie van de Romeinse begraafplaats Les Alyscamps.

Snelle breuk

De vriendschap tussen beide kunstenaars ging snel achteruit. Van Gogh bewonderde Gauguin maar wilde ook graag op gelijke voet met hem omgaan. Gauguin die in zijn leven al succes had gekend was vaak hooghartig en dominant. Discussies over kunst liepen opeens hoog op. Hun conflicten leiden op 23 december 1888 tot een van de beroemdste gebeurtenissen uit de kunstgeschiedenis. Waarschijnlijk had Gauguin besloten om uit Arles te vertrekken. Volgens Gauguin had Van Gogh hem al eerder met een scheermes aangevallen. Die avond zou Van Gogh zijn oor, of een deel ervan, afsnijden en bij een lokale prostitué afleveren. De schilder zou zich de volgende dag niets van de hele gebeurtenis herinneren. In het ziekenhuis vroeg Van Gogh herhaaldelijk naar Gauguin maar deze leek het beter om niet opnieuw een confrontatie aan te gaan. Nadat hij zijn broer Theo had ingelicht, verliet Gauguin Arles en zou Van Gogh nooit meer zien.