Van Gogh citaten komen uit zijn correspondentie waar de schilder op prachtige wijze zijn ideeën uiteenzet over kleuren, succes en andere zaken van het leven.

Brievenschrijver

Wat ging er in Vincent van Gogh om? In de negentiende eeuw waren er nog geen moderne communicatiemiddelen. Bovendien was Van Gogh tijdens zijn leven een onbekende kunstenaar die nooit werd geïnterviewd. Toch weten we veel over zijn ideeën over kunst en het leven dankzij zijn aanzienlijke correspondentie waarin hij vaak een tekening verwerkte. Meer dan 800 brieven zijn bewaard gebleven waarvan een groot deel aan zijn broer Theo zijn gericht. Na zijn dood groeide niet alleen de faam van Van Gogh als schilder maar ook zijn ideeën over kunst hebben veel kunstenaars geïnspireerd. Bovendien wordt Van Gogh door veel schrijvers geprezen om zijn heldere en poëtische stijl.

Citaten over kunst

Kleur drukt uit zichzelf iets uit, dat kan men niet missen, daar moet men gebruik van maken. Wat mooi doet, werkelijk mooi – is ook juist.

Aan zijn broer Theo (1885)

Zo’n tekeningetje als bijgaand is eenvoudig genoeg van lijnen, doch om als men voor ’t model zit die eenvoudige karakteristieke lijnen te vatten is moeilijk genoeg. Die lijnen zijn nu zo eenvoudig dat men ze met de pen om kan trekken, maar ik zeg nog eens, de kwestie is die grote lijnen te vinden, zodat met een paar strepen of krassen men het essentiële zegt. De lijnen zó te kiezen dat ’t vanzelf spreekt als ’t ware dat ze zo lopen moeten, dat is iets dat echter niet vanzelf gaat.

Aan zijn broer Theo (1882)

Tegenspoed en succes

En die hoge prijzen waarvan men hoort, betaald voor werk van schilders die dood zijn en bij hun leven zo niet betaald werden – ‘t is een soort tulpenhandel, waarvan de levende schilders meer nadeel dan voordeel hebben. En als een tulpenhandel zal dat ook vergaan.

Aan zijn moeder (1889)

Wat de rui is voor de vogels, de tijd waarin zij hun veren verliezen, dat zijn de tegenslag of het ongeluk, de moeilijke tijden voor ons mensen. Je kunt erin blijven, je kunt er ook als herboren uitkomen.

Aan zijn broer Theo (1880)

Over kleur

Hoe lelijker, ouder, boosaardiger, zieker, armer ik word, des te meer wil ik me wreken door glanzende, goed geordende en schitterende kleuren te maken.

Aan zijn zus Wil (1888)

Een zon, een licht dat ik, bij gebrek aan beter, alleen maar geel kan noemen – bleek zwavelgeel. Bleek citroengeel, goud. Wat is geel toch mooi!

Aan zijn broer Theo (1888)