Vincent Van Gogh in Etten-Leur staat voor een ontwikkelingsperiode van de jonge schilder waarin hij zich voornamelijk toelegt op tekeningen en waterverf.

Terug uit Brussel

Vincent van Gogh was vanaf zijn zestiende al bezig met het kunstvak. Hij volgde het voorbeeld van zijn broer Theo en oom Vincent en werkte een tijd in de kunsthandel. Nadat hij zich meer als kunstenaar begon te profileren, woonde hij korte tijd in Brussel. Op de kunstacademie kon hij zijn draai niet vinden. Teleurgesteld keerde Van Gogh terug naar Nederland. Hij trok bij zijn ouders in die op dat moment in Etten-Leur (destijds Etten en Leur) woonden. In dit Brabantse dorp zou hij zich steeds serieuzer op tekenen toeleggen. Ook reisde hij in 1881 naar Den Haag om enkele weken in het atelier van zijn aangetrouwde neef Anton Mauve te werken. Van hem nam Van Gogh naast technieken ook enkele onderwerpen over voor zijn eerste schilderijen.

Tekeningen

In Etten-Leur zou Van Gogh zich allereerst toeleggen op tekenen. Hiervoor gebruikte hij verschillende soorten materialen als inkt, waterverf, krijt, penseel en potlood. Om te oefenen gebruikte Van Gogh verschillende objecten en personen uit de omgeving. Zo tekende hij een portret van zijn grootvader. Al in 1876 had hij de pastorie en kerk van Etten vastgelegd. Wat betreft onderwerpen werd de beginnende Van Gogh op dat moment sterk beïnvloed door Mauve en de Franse schilder Jean-François Millet. De laatste was gespecialiseerd in het schilderen van hardwerkende boeren zoals op zijn beroemdste werk Des glaneuses. Van Gogh maakte de invloed van de Fransman expliciet door een van zijn tekeningen De zaaier (naar Millet) te noemen. Ook Spitter, een portret van een gravende man, past in deze stijl. Van Gogh tekenden ze op papier en kleurde vervolgens de afbeeldingen in met vaal gekleurde waterverf. Hierdoor krijgen de tekeningen een sombere sfeer. Veel van deze tekeningen zijn in het bezit van het Van Gogh Museum.

Andere werken

Jongeman, gras snijdend met een sikkel uit oktober 1881 valt op omdat Van Gogh deze tekening voorziet van helderdere kleuren. De experimenten met aquarel zou Van Gogh gedurende zijn carrière verder uitwerken. In Etten-Leur tekende hij veel studies waarvan de meeste exemplaren zijn te vinden in het Kröller-Müller Museum. Dit zijn onder andere twee portretten van naaisters, De tuin van de pastorie met afdak, een van de Scheveningse vrouwen en drie aardappelschillende vrouwen. In Den Haag maakte Van Gogh onder leiding van Mauve zijn eerste olieverfschilderij, Stilleven met kool en klompen.