Vincent van Gogh en psychiatrie hebben samen een lange geschiedenis aangezien men altijd geïnteresseerd is geweest is het ziektebeeld van de schilder.

Geniale gek?

In het levensverhaal van Vincent van Gogh speelt waanzin een belangrijke rol. Nadat hij in 1888 zijn linkeroor afsneed, liet hij zichzelf vrijwillig opnemen in de instelling Saint-Paul-de-Mausole. Hier bleef Van Gogh overigens zeer productief aangezien men voor hem een apart atelier inrichtte. Maar Van Gogh had meer last van zenuwinzinkingen en depressies, bovendien pleegde hij uiteindelijk zelfmoord. Dit maakt hem tot een interessant onderwerp voor psychiaters die proberen te achterhalen aan welke aandoening deze geniale artiest precies leed.

Duiding via brieven

De brieven van Van Gogh geven een uniek inzicht in het denken van de schilder. Vaak worden ze aangehaald vanwege zijn ideeën over kunst en het leven. Voor psychiaters zijn de brieven een interessante bron waarmee ze wellicht een voorzichtige diagnose kunnen stellen. De crisis van 1888 heeft altijd op veel aandacht mogen rekenen. Vaak ziet men hier een psychotische episode in omdat Van Gogh het daarna heeft over angstaanvallen, achtervolgingswanen en zelfs stemmen denkt te horen. Maar zoals sommige psychiaters stellen is het beter om Van Gogh’s persoonlijke problemen op de lange termijn te analyseren. Er zijn namelijk genoeg aanwijzingen dat hij van jongs af aan psychische problemen had. Een hedendaagse diagnose die aan populariteit wint is dat Van Gogh een persoonlijkheidsstoornis had.

Borderline

Een van de varianten van de emotioneel instabiele persoonlijkheidsstoornis wordt borderline genoemd. Veel verschijnselen die hierbij horen zijn terug te vinden bij Van Gogh. Zo neemt Van Gogh tijdens zijn leven vaak impulsieve beslissingen: hij verandert van beroep, van ideeën en verhuist opvallend vaak. Hetzelfde geldt voor relaties die stormachtig zijn en plotseling worden afgebroken. Naast stemmingswisselingen vertoont Van Gogh vaak zelfdestructief gedrag. Hij put zichzelf regelmatig uit met lange wandeltochten en schildersessies, daarnaast is hij ondervoed en verzorgt zichzelf slecht. Ook leed Van Gogh aan verlatingsangst. Het afsnijden van het oor wordt vaak gezien als een extreme reactie op de dreigementen van Paul Gauguin dat hij ergens anders ging wonen. Van Gogh hing bovendien heel erg aan zijn broer Theo van wie hij veel aandacht eiste. De schilder had zijn hele leven problemen met zowel autoriteitsfiguren als vrouwen waar hij geen lange relatie mee wist te onderhouden. Moeite met hechting maar hier ook naar verlangen is typerend voor borderline-patiënten. Andere factoren zijn misschien erfelijk van aard, zo pleegde zijn broer Cor ook zelfmoord en zowel zijn zus Wilhemina als broer Theo hadden last van psychische aandoeningen.